Statuten: Difference between revisions
No edit summary Tag: Reverted |
No edit summary |
||
| (2 intermediate revisions by the same user not shown) | |||
| Line 7: | Line 7: | ||
==Artikel 2 - Doel== | ==Artikel 2 - Doel== | ||
1. De stichting heeft als doel: het stimuleren van raakvlakken tussen kunst, technologie en | 1. De stichting heeft als doel: het stimuleren van raakvlakken tussen kunst, technologie en innovatie, alsmede mensen samen te brengen om te groeien op digitaal en persoonlijk vlak, en het verrichten van al wat hiermee verband houdt of daartoe bevorderlijk kan zijn. Tot dit doel behoort niet het doen van uitkeringen aan de oprichter of aan hen die deel uitmaken van organen van de stichting. | ||
innovatie, alsmede mensen samen te brengen om te groeien op digitaal en persoonlijk | |||
vlak, en het verrichten van al wat hiermee verband houdt of daartoe bevorderlijk kan zijn. | |||
Tot dit doel behoort niet het doen van uitkeringen aan de oprichter of aan hen die deel | |||
uitmaken van organen van de stichting. | |||
2. De stichting beoogt het algemeen nut. | 2. De stichting beoogt het algemeen nut. | ||
3. De stichting heeft geen winstoogmerk. | 3. De stichting heeft geen winstoogmerk. | ||
4. De stichting tracht haar doel onder meer te bereiken door het faciliteren van een fysieke | |||
ontmoetingsplek waar mensen met een passie voor creatie en technologie samen aan | 4. De stichting tracht haar doel onder meer te bereiken door het faciliteren van een fysieke ontmoetingsplek waar mensen met een passie voor creatie en technologie samen aan projecten kunnen werken, van elkaar kunnen leren en elkaar inspireren. | ||
projecten kunnen werken, van elkaar kunnen leren en elkaar inspireren. | |||
==Artikel 3 - Bestuur: samenstelling, benoeming, beloning, ontslag== | ==Artikel 3 - Bestuur: samenstelling, benoeming, beloning, ontslag== | ||
| Line 24: | Line 21: | ||
bevoegdheden. Het bestuur kan uit zijn midden een voorzitter, een secretaris en een | bevoegdheden. Het bestuur kan uit zijn midden een voorzitter, een secretaris en een | ||
penningmeester aanwijzen. Eén bestuurder kan meer van deze functies vervullen. | penningmeester aanwijzen. Eén bestuurder kan meer van deze functies vervullen. | ||
2. De bestuurders worden benoemd door het bestuur op voordracht van de vergadering van | 2. De bestuurders worden benoemd door het bestuur op voordracht van de vergadering van | ||
deelnemers. Het bestuur informeert de vergadering van deelnemers zo spoedig mogelijk | deelnemers. Het bestuur informeert de vergadering van deelnemers zo spoedig mogelijk | ||
| Line 34: | Line 32: | ||
uiterlijk drie maanden na het ontstaan van de te vervullen vacature schriftelijk heeft | uiterlijk drie maanden na het ontstaan van de te vervullen vacature schriftelijk heeft | ||
ingediend bij het bestuur. | ingediend bij het bestuur. | ||
3. Iedere bestuurder moet voldoen aan de volgende vereisten: | 3. Iedere bestuurder moet voldoen aan de volgende vereisten: | ||
a. een bestuurder is een natuurlijk persoon; | a. een bestuurder is een natuurlijk persoon; | ||
b. een bestuurder heeft het vrije beheer over zijn vermogen. | b. een bestuurder heeft het vrije beheer over zijn vermogen. | ||
c. een bestuurder is in de laatste vijf jaar niet door de rechtbank ontslagen als | |||
bestuurder van een stichting; | c. een bestuurder is in de laatste vijf jaar niet door de rechtbank ontslagen als bestuurder van een stichting; | ||
Ten hoogste de helft van het aantal bestuurders mag met een andere bestuurder een | Ten hoogste de helft van het aantal bestuurders mag met een andere bestuurder een | ||
familieband hebben. Onder familieband wordt verstaan bloed- of aanverwantschap tot en | familieband hebben. Onder familieband wordt verstaan bloed- of aanverwantschap tot en | ||
met de vierde graad en de hoedanigheid van echtgenoot, geregistreerd partner of andere | met de vierde graad en de hoedanigheid van echtgenoot, geregistreerd partner of andere | ||
levensgezel. | levensgezel. | ||
4. Bestuurders worden benoemd voor onbepaalde tijd. | 4. Bestuurders worden benoemd voor onbepaalde tijd. | ||
5. Alle bestuurders kunnen een vergoeding krijgen van de kosten die zij redelijkerwijs | 5. Alle bestuurders kunnen een vergoeding krijgen van de kosten die zij redelijkerwijs | ||
hebben gemaakt in de uitoefening van hun functie. | hebben gemaakt in de uitoefening van hun functie. | ||
De bestuurders ontvangen geen beloning voor hun werkzaamheden. | De bestuurders ontvangen geen beloning voor hun werkzaamheden. | ||
6. Een bestuurder kan worden geschorst door het bestuur. | 6. Een bestuurder kan worden geschorst door het bestuur. | ||
Na een schorsing roept het bestuur een nieuwe vergadering bijeen, die wordt gehouden | Na een schorsing roept het bestuur een nieuwe vergadering bijeen, die wordt gehouden | ||
| Line 55: | Line 59: | ||
vermelde termijn van vier weken of als na verloop van drie maanden geen besluit tot | vermelde termijn van vier weken of als na verloop van drie maanden geen besluit tot | ||
ontslag van de betreffende bestuurder is genomen. | ontslag van de betreffende bestuurder is genomen. | ||
7. Een bestuurder verliest zijn functie: | 7. Een bestuurder verliest zijn functie: | ||
a. door zijn overlijden; | a. door zijn overlijden; | ||
b. door zijn faillissement, door op hem van toepassing verklaren van de | b. door zijn faillissement, door op hem van toepassing verklaren van de | ||
schuldsaneringsregeling natuurlijke personen of doordat hij surseance van betaling | schuldsaneringsregeling natuurlijke personen of doordat hij surseance van betaling | ||
verkrijgt; | verkrijgt; | ||
c. door zijn ondercuratelestelling of de onderbewindstelling van zijn gehele vermogen; | c. door zijn ondercuratelestelling of de onderbewindstelling van zijn gehele vermogen; | ||
d. door zijn vrijwillig aftreden; | d. door zijn vrijwillig aftreden; | ||
e. door zijn ontslag gegeven door het bestuur; | e. door zijn ontslag gegeven door het bestuur; | ||
g. door zijn ontslag door de rechtbank. | g. door zijn ontslag door de rechtbank. | ||
8. Bij belet of ontstentenis van een of meer bestuurders zijn de overige bestuurders, of is de | 8. Bij belet of ontstentenis van een of meer bestuurders zijn de overige bestuurders, of is de | ||
enige overgebleven bestuurder, tijdelijk met het bestuur belast. | enige overgebleven bestuurder, tijdelijk met het bestuur belast. | ||
| Line 72: | Line 84: | ||
1. Iedere bestuurder is bevoegd een vergadering van het bestuur bijeen te roepen. | 1. Iedere bestuurder is bevoegd een vergadering van het bestuur bijeen te roepen. | ||
2. De bijeenroeping van de vergadering van het bestuur vindt schriftelijk plaats. Bij deze | 2. De bijeenroeping van de vergadering van het bestuur vindt schriftelijk plaats. Bij deze | ||
bijeenroeping wordt opgegeven op welke dag de vergadering plaatsvindt, wat het | bijeenroeping wordt opgegeven op welke dag de vergadering plaatsvindt, wat het | ||
| Line 80: | Line 93: | ||
de vergaderingen van het bestuur worden opgeroepen door een langs elektronische weg | de vergaderingen van het bestuur worden opgeroepen door een langs elektronische weg | ||
aan dat adres toegezonden leesbaar en reproduceerbaar bericht. | aan dat adres toegezonden leesbaar en reproduceerbaar bericht. | ||
3. De vergaderingen van het bestuur worden gehouden op de plaats te bepalen door degene | 3. De vergaderingen van het bestuur worden gehouden op de plaats te bepalen door degene | ||
die de vergadering bijeenroept. | die de vergadering bijeenroept. | ||
4. Als wordt gehandeld in strijd met enige bepaling van de twee vorige leden kan het | 4. Als wordt gehandeld in strijd met enige bepaling van de twee vorige leden kan het | ||
bestuur niettemin rechtsgeldige besluiten nemen als alle bestuurders in de vergadering | bestuur niettemin rechtsgeldige besluiten nemen als alle bestuurders in de vergadering | ||
aanwezig of vertegenwoordigd zijn. | aanwezig of vertegenwoordigd zijn. | ||
5. Een bestuurder kan aan een andere bestuurder schriftelijk volmacht verlenen om zich in | 5. Een bestuurder kan aan een andere bestuurder schriftelijk volmacht verlenen om zich in | ||
de vergadering te laten vertegenwoordigen. Een elektronisch vastgelegde volmacht geldt | de vergadering te laten vertegenwoordigen. Een elektronisch vastgelegde volmacht geldt | ||
| Line 90: | Line 106: | ||
Een bestuurder kan niet meer dan één medebestuurder in de vergadering | Een bestuurder kan niet meer dan één medebestuurder in de vergadering | ||
vertegenwoordigen. | vertegenwoordigen. | ||
6. In de vergaderingen van het bestuur heeft iedere bestuurder één stem. | 6. In de vergaderingen van het bestuur heeft iedere bestuurder één stem. | ||
Voor zover in deze statuten geen grotere meerderheid is voorgeschreven, worden de | Voor zover in deze statuten geen grotere meerderheid is voorgeschreven, worden de | ||
| Line 96: | Line 113: | ||
vertegenwoordigd is. | vertegenwoordigd is. | ||
Bij staking van stemmen over zaken is het voorstel verworpen. | Bij staking van stemmen over zaken is het voorstel verworpen. | ||
7. Een bestuurder neemt niet deel aan de beraadslaging en besluitvorming als hij daarbij een | 7. Een bestuurder neemt niet deel aan de beraadslaging en besluitvorming als hij daarbij een | ||
direct of indirect persoonlijk belang heeft dat tegenstrijdig is met het belang van de | direct of indirect persoonlijk belang heeft dat tegenstrijdig is met het belang van de | ||
| Line 108: | Line 126: | ||
1. De voorzitter leidt de vergaderingen van het bestuur. Bij zijn afwezigheid voorziet de | 1. De voorzitter leidt de vergaderingen van het bestuur. Bij zijn afwezigheid voorziet de | ||
vergadering zelf in haar leiding. | vergadering zelf in haar leiding. | ||
2. De voorzitter van de vergadering bepaalt de wijze waarop de stemmingen in de | 2. De voorzitter van de vergadering bepaalt de wijze waarop de stemmingen in de | ||
vergaderingen worden gehouden. | vergaderingen worden gehouden. | ||
3. Het in de vergadering uitgesproken oordeel van de voorzitter van de vergadering over de | 3. Het in de vergadering uitgesproken oordeel van de voorzitter van de vergadering over de | ||
uitslag van een stemming is beslissend. | uitslag van een stemming is beslissend. | ||
| Line 118: | Line 138: | ||
hoofdelijk of schriftelijk plaatsvond, een stemgerechtigde aanwezige dit verlangt. Door | hoofdelijk of schriftelijk plaatsvond, een stemgerechtigde aanwezige dit verlangt. Door | ||
deze nieuwe stemming vervallen de rechtsgevolgen van de oorspronkelijke stemming. | deze nieuwe stemming vervallen de rechtsgevolgen van de oorspronkelijke stemming. | ||
4. Van het verhandelde in de vergaderingen van het bestuur worden notulen gehouden door | 4. Van het verhandelde in de vergaderingen van het bestuur worden notulen gehouden door | ||
de daartoe door de voorzitter van de vergadering aangewezen persoon. | de daartoe door de voorzitter van de vergadering aangewezen persoon. | ||
De notulen worden nadat zij zijn vastgesteld door de voorzitter en de notulist van de | De notulen worden nadat zij zijn vastgesteld door de voorzitter en de notulist van de | ||
vergadering ondertekend. | vergadering ondertekend. | ||
5. Het bestuur kan ook op andere wijze dan in een vergadering besluiten nemen, als alle | 5. Het bestuur kan ook op andere wijze dan in een vergadering besluiten nemen, als alle | ||
bestuurders schriftelijk hun stem uitbrengen. Een besluit is dan genomen als alle | bestuurders schriftelijk hun stem uitbrengen. Een besluit is dan genomen als alle | ||
| Line 146: | Line 168: | ||
Het bestuur is verplicht de bedoelde boeken, bescheiden en andere gegevensdragers | Het bestuur is verplicht de bedoelde boeken, bescheiden en andere gegevensdragers | ||
gedurende zeven jaren te bewaren. | gedurende zeven jaren te bewaren. | ||
2. Het bestuur is bevoegd te besluiten tot het aangaan van overeenkomsten tot verkrijging, | 2. Het bestuur is bevoegd te besluiten tot het aangaan van overeenkomsten tot verkrijging, | ||
vervreemding of bezwaring van registergoederen en tot het aangaan van | vervreemding of bezwaring van registergoederen en tot het aangaan van | ||
| Line 151: | Line 174: | ||
zich voor een derde sterk maakt of zich tot zekerheidstelling voor een schuld van een | zich voor een derde sterk maakt of zich tot zekerheidstelling voor een schuld van een | ||
derde verbindt. | derde verbindt. | ||
3. Erfstellingen mogen alleen onder het voorrecht van boedelbeschrijving worden aanvaard. | 3. Erfstellingen mogen alleen onder het voorrecht van boedelbeschrijving worden aanvaard. | ||
| Line 156: | Line 180: | ||
1. Tot vertegenwoordiging van de stichting zijn bevoegd: | 1. Tot vertegenwoordiging van de stichting zijn bevoegd: | ||
- het gehele bestuur samen; | - het gehele bestuur samen; | ||
- twee gezamenlijk handelende bestuurders. | - twee gezamenlijk handelende bestuurders. | ||
Een individuele bestuurder kan de stichting niet vertegenwoordigen, tenzij het bestuur uit | Een individuele bestuurder kan de stichting niet vertegenwoordigen, tenzij het bestuur uit | ||
één bestuurder bestaat. | één bestuurder bestaat. | ||
2. Het bestuur kan besluiten tot het verlenen van incidentele dan wel doorlopende volmacht | 2. Het bestuur kan besluiten tot het verlenen van incidentele dan wel doorlopende volmacht | ||
aan een of meer bestuurders en/of aan anderen, zowel samen als afzonderlijk, om de | aan een of meer bestuurders en/of aan anderen, zowel samen als afzonderlijk, om de | ||
| Line 168: | Line 195: | ||
1. Deelnemers zijn zij, die zich als deelnemer bij de stichting hebben aangemeld en door het | 1. Deelnemers zijn zij, die zich als deelnemer bij de stichting hebben aangemeld en door het | ||
bestuur als zodanig zijn toegelaten. | bestuur als zodanig zijn toegelaten. | ||
2. Deelnemers kunnen zijn meerderjarige natuurlijke personen en rechtspersonen die | 2. Deelnemers kunnen zijn meerderjarige natuurlijke personen en rechtspersonen die | ||
inhoudelijke of zakelijke belangen hebben bij de stichting | inhoudelijke of zakelijke belangen hebben bij de stichting | ||
| Line 179: | Line 207: | ||
hen aan als de vennoot die namens het samenwerkingsverband de rechten als deelnemer | hen aan als de vennoot die namens het samenwerkingsverband de rechten als deelnemer | ||
zal uitoefenen. | zal uitoefenen. | ||
Een deelnemer moet verder voldoen aan de volgende eisen: | Een deelnemer moet verder voldoen aan de volgende eisen: | ||
- de deelnemer moet bekwaam zijn overeenkomsten te sluiten; | - de deelnemer moet bekwaam zijn overeenkomsten te sluiten; | ||
- de deelnemer moet een deelnemersovereenkomst met de stichting hebben gesloten. | - de deelnemer moet een deelnemersovereenkomst met de stichting hebben gesloten. | ||
Als en zolang een deelnemer niet voldoet aan het bepaalde in dit lid, kan hij de rechten | Als en zolang een deelnemer niet voldoet aan het bepaalde in dit lid, kan hij de rechten | ||
die aan zijn deelnemerschap verbonden zijn niet uitoefenen. | die aan zijn deelnemerschap verbonden zijn niet uitoefenen. | ||
3. Telkens als het bestuur dit wenselijk acht, maar ten minste één keer per jaar, wordt een | 3. Telkens als het bestuur dit wenselijk acht, maar ten minste één keer per jaar, wordt een | ||
vergadering bijeengeroepen waarvoor alle deelnemers worden uitgenodigd. Deze | vergadering bijeengeroepen waarvoor alle deelnemers worden uitgenodigd. Deze | ||
vergadering wordt aangeduid als de vergadering van deelnemers. | vergadering wordt aangeduid als de vergadering van deelnemers. | ||
Een vergadering van deelnemers wordt bijeengeroepen door het bestuur. | Een vergadering van deelnemers wordt bijeengeroepen door het bestuur. | ||
4. Behalve de deelnemers hebben ook alle bestuurders toegang tot de vergadering van | 4. Behalve de deelnemers hebben ook alle bestuurders toegang tot de vergadering van | ||
deelnemers. Zij mogen in die vergadering het woord voeren. Over toelating van anderen | deelnemers. Zij mogen in die vergadering het woord voeren. Over toelating van anderen | ||
dan de hiervoor bedoelde personen beslist het bestuur. | dan de hiervoor bedoelde personen beslist het bestuur. | ||
5. De vergaderingen worden geleid door de voorzitter van het bestuur. Wordt op deze wijze | 5. De vergaderingen worden geleid door de voorzitter van het bestuur. Wordt op deze wijze | ||
niet in het voorzitterschap van de vergadering voorzien, dan voorziet de vergadering | niet in het voorzitterschap van de vergadering voorzien, dan voorziet de vergadering | ||
daarin zelf. De vergadering wijst een secretaris aan die de notulen houdt. | daarin zelf. De vergadering wijst een secretaris aan die de notulen houdt. | ||
6. Iedere deelnemer heeft één stem. Besluiten van de vergadering van deelnemers worden | 6. Iedere deelnemer heeft één stem. Besluiten van de vergadering van deelnemers worden | ||
genomen met volstrekte meerderheid van de stemmen. | genomen met volstrekte meerderheid van de stemmen. | ||
7. Het deelnemerschap eindigt door: | 7. Het deelnemerschap eindigt door: | ||
- het einde van de deelnemersovereenkomst; | - het einde van de deelnemersovereenkomst; | ||
- het overlijden van een deelnemer; | - het overlijden van een deelnemer; | ||
is een rechtspersoon deelnemer dan eindigt zijn deelnemerschap wanneer hij | is een rechtspersoon deelnemer dan eindigt zijn deelnemerschap wanneer hij | ||
ophoudt te bestaan, ook als dit ophouden te bestaan het gevolg is van fusie of | ophoudt te bestaan, ook als dit ophouden te bestaan het gevolg is van fusie of | ||
| Line 210: | Line 250: | ||
1. Het boekjaar loopt gelijk aan het kalenderjaar. | 1. Het boekjaar loopt gelijk aan het kalenderjaar. | ||
2. Het bestuur is verplicht jaarlijks binnen zes maanden na afloop van het boekjaar de balans | 2. Het bestuur is verplicht jaarlijks binnen zes maanden na afloop van het boekjaar de balans | ||
en de staat van baten en lasten van de stichting op te maken en op papier te stellen. | en de staat van baten en lasten van de stichting op te maken en op papier te stellen. | ||
| Line 218: | Line 259: | ||
bestuur een exemplaar daarvan voor het bestuur ter inzage op het kantoor van de | bestuur een exemplaar daarvan voor het bestuur ter inzage op het kantoor van de | ||
stichting met de op grond van de wet toe te voegen gegevens. | stichting met de op grond van de wet toe te voegen gegevens. | ||
3. Het bestuur kan, voordat tot de vaststelling van de balans en de staat van baten en lasten | 3. Het bestuur kan, voordat tot de vaststelling van de balans en de staat van baten en lasten | ||
wordt overgegaan, deze stukken laten onderzoeken door een door hem aan te wijzen | wordt overgegaan, deze stukken laten onderzoeken door een door hem aan te wijzen | ||
| Line 223: | Line 265: | ||
over zijn onderzoek verslag uit aan het bestuur. Hij geeft de uitslag van zijn onderzoek | over zijn onderzoek verslag uit aan het bestuur. Hij geeft de uitslag van zijn onderzoek | ||
weer in een verklaring over de getrouwheid van de stukken. | weer in een verklaring over de getrouwheid van de stukken. | ||
4. De balans en de staat van baten en lasten van de stichting of de jaarrekening wordt | 4. De balans en de staat van baten en lasten van de stichting of de jaarrekening wordt | ||
vastgesteld door het bestuur binnen een maand na het opmaken van de stukken als | vastgesteld door het bestuur binnen een maand na het opmaken van de stukken als | ||
| Line 228: | Line 271: | ||
De vastgestelde stukken worden ondertekend door alle bestuurders. Als een | De vastgestelde stukken worden ondertekend door alle bestuurders. Als een | ||
handtekening van een van hen ontbreekt wordt de reden daarvan op de stukken vermeld. | handtekening van een van hen ontbreekt wordt de reden daarvan op de stukken vermeld. | ||
5. De in lid 2 vermelde termijn kan door het bestuur worden verlengd met ten hoogste vier | 5. De in lid 2 vermelde termijn kan door het bestuur worden verlengd met ten hoogste vier | ||
maanden op grond van bijzondere omstandigheden. | maanden op grond van bijzondere omstandigheden. | ||
| Line 237: | Line 281: | ||
Een reglement mag nooit in strijd zijn met de statuten of de wet. | Een reglement mag nooit in strijd zijn met de statuten of de wet. | ||
Het bestuur kan elk door hem gemaakt reglement wijzigen en ook intrekken. | Het bestuur kan elk door hem gemaakt reglement wijzigen en ook intrekken. | ||
2. Een reglement wordt schriftelijk vastgelegd met vermelding van de dag waarop het van | 2. Een reglement wordt schriftelijk vastgelegd met vermelding van de dag waarop het van | ||
kracht wordt. Deze datum kan niet zijn gelegen vóór de datum waarop het besluit werd | kracht wordt. Deze datum kan niet zijn gelegen vóór de datum waarop het besluit werd | ||
| Line 243: | Line 288: | ||
==Artikel 10 - Statutenwijziging== | ==Artikel 10 - Statutenwijziging== | ||
1. Het bestuur is bevoegd de statuten te wijzigen. | 1. Het bestuur is bevoegd de statuten te wijzigen. | ||
2. Het besluit tot statutenwijziging kan slechts worden genomen met een meerderheid van | 2. Het besluit tot statutenwijziging kan slechts worden genomen met een meerderheid van | ||
ten minste twee derde van de uitgebrachte stemmen in een vergadering waarin alle | ten minste twee derde van de uitgebrachte stemmen in een vergadering waarin alle | ||
bestuurders aanwezig of vertegenwoordigd zijn. | bestuurders aanwezig of vertegenwoordigd zijn. | ||
Is in de vergadering waarin een besluit tot statutenwijziging aan de orde is het vereiste | Is in de vergadering waarin een besluit tot statutenwijziging aan de orde is het vereiste | ||
aantal bestuurders niet aanwezig of vertegenwoordigd, dan kan na die vergadering een | aantal bestuurders niet aanwezig of vertegenwoordigd, dan kan na die vergadering een | ||
| Line 253: | Line 300: | ||
de uitgebrachte stemmen, ongeacht het aantal aanwezige of vertegenwoordigde | de uitgebrachte stemmen, ongeacht het aantal aanwezige of vertegenwoordigde | ||
bestuurders. | bestuurders. | ||
3. Als een voorstel tot wijziging van de statuten wordt gedaan, moet dat bij de oproeping tot | 3. Als een voorstel tot wijziging van de statuten wordt gedaan, moet dat bij de oproeping tot | ||
de betreffende vergadering, worden vermeld. De woordelijke tekst van de voorgestelde | de betreffende vergadering, worden vermeld. De woordelijke tekst van de voorgestelde | ||
wijziging moet bij die oproeping worden gevoegd. | wijziging moet bij die oproeping worden gevoegd. | ||
De termijn van de oproeping bedraagt in dit geval ten minste twee weken. | De termijn van de oproeping bedraagt in dit geval ten minste twee weken. | ||
4. Een statutenwijziging treedt in werking op het door het bestuur bepaalde tijdstip, maar | 4. Een statutenwijziging treedt in werking op het door het bestuur bepaalde tijdstip, maar | ||
niet eerder dan nadat daarvan een notariële akte is opgemaakt. | niet eerder dan nadat daarvan een notariële akte is opgemaakt. | ||
| Line 262: | Line 311: | ||
Het bestuur kan een of meer bestuurders en/of anderen, zowel gezamenlijk als | Het bestuur kan een of meer bestuurders en/of anderen, zowel gezamenlijk als | ||
afzonderlijk, machtigen de akte van statutenwijziging te laten verlijden. | afzonderlijk, machtigen de akte van statutenwijziging te laten verlijden. | ||
Artikel 11 - Fusie; splitsing; omzetting | |||
==Artikel 11 - Fusie; splitsing; omzetting== | |||
Op een besluit van het bestuur tot fusie of splitsing in de zin van titel 7 van Boek 2 Burgerlijk | Op een besluit van het bestuur tot fusie of splitsing in de zin van titel 7 van Boek 2 Burgerlijk | ||
Wetboek en op een besluit van het bestuur tot omzetting van de stichting in een andere | Wetboek en op een besluit van het bestuur tot omzetting van de stichting in een andere | ||
| Line 274: | Line 325: | ||
Op het besluit tot ontbinding is het bepaalde in artikel 10, leden 2 en 3 zo veel mogelijk | Op het besluit tot ontbinding is het bepaalde in artikel 10, leden 2 en 3 zo veel mogelijk | ||
van overeenkomstige toepassing. | van overeenkomstige toepassing. | ||
2. Het bestuur stelt bij zijn besluit tot ontbinding de bestemming vast van een eventueel | 2. Het bestuur stelt bij zijn besluit tot ontbinding de bestemming vast van een eventueel | ||
batig saldo. | batig saldo. | ||
Het batig saldo wordt besteed ten behoeve van een algemeen nut beogende instelling | Het batig saldo wordt besteed ten behoeve van een algemeen nut beogende instelling | ||
met een soortgelijke doelstelling. | met een soortgelijke doelstelling. | ||
3. Het bestuur is belast met de vereffening van het vermogen van de stichting, voor zover bij | 3. Het bestuur is belast met de vereffening van het vermogen van de stichting, voor zover bij | ||
het ontbindingsbesluit geen andere vereffenaar(s) is (zijn) aangewezen. | het ontbindingsbesluit geen andere vereffenaar(s) is (zijn) aangewezen. | ||
Artikel 13 – Eerste boekjaar | |||
==Artikel 13 – Eerste boekjaar== | |||
Voor het eerste boekjaar geldt dat dit loopt tot en met eenendertig december tweeduizend | Voor het eerste boekjaar geldt dat dit loopt tot en met eenendertig december tweeduizend | ||
zesentwintig. | zesentwintig. | ||
Latest revision as of 12:58, 22 January 2026
Artikel 1 - Naam en zetel
1. De naam van de stichting is: Stichting Hackerspace Hermit Hive.
2. De stichting is gevestigd in de gemeente Nieuwegein.
Artikel 2 - Doel
1. De stichting heeft als doel: het stimuleren van raakvlakken tussen kunst, technologie en innovatie, alsmede mensen samen te brengen om te groeien op digitaal en persoonlijk vlak, en het verrichten van al wat hiermee verband houdt of daartoe bevorderlijk kan zijn. Tot dit doel behoort niet het doen van uitkeringen aan de oprichter of aan hen die deel uitmaken van organen van de stichting.
2. De stichting beoogt het algemeen nut.
3. De stichting heeft geen winstoogmerk.
4. De stichting tracht haar doel onder meer te bereiken door het faciliteren van een fysieke ontmoetingsplek waar mensen met een passie voor creatie en technologie samen aan projecten kunnen werken, van elkaar kunnen leren en elkaar inspireren.
Artikel 3 - Bestuur: samenstelling, benoeming, beloning, ontslag
1. Het bestuur van de stichting bestaat uit drie of meer natuurlijke personen. De vergadering van deelnemers stelt het aantal bestuurders vast. Een niet-voltallig bestuur behoudt zijn bevoegdheden. Het bestuur kan uit zijn midden een voorzitter, een secretaris en een penningmeester aanwijzen. Eén bestuurder kan meer van deze functies vervullen.
2. De bestuurders worden benoemd door het bestuur op voordracht van de vergadering van deelnemers. Het bestuur informeert de vergadering van deelnemers zo spoedig mogelijk over het ontstaan van een vacature in het bestuur. De voordracht tot benoeming van een bestuurder wordt schriftelijk ingediend bij het bestuur. Een voordracht bevat voor elke te vervullen vacature ten minste twee personen. Van iedere kandidaat wordt in elk geval meegedeeld zijn leeftijd, zijn beroep en de betrekkingen die hij bekleedt en die hij heeft bekleed voor zover die van belang zijn in verband met de vervulling van zijn taak. Het bestuur is vrij in de benoeming als de vergadering van deelnemers de voordracht niet uiterlijk drie maanden na het ontstaan van de te vervullen vacature schriftelijk heeft ingediend bij het bestuur.
3. Iedere bestuurder moet voldoen aan de volgende vereisten:
a. een bestuurder is een natuurlijk persoon;
b. een bestuurder heeft het vrije beheer over zijn vermogen.
c. een bestuurder is in de laatste vijf jaar niet door de rechtbank ontslagen als bestuurder van een stichting; Ten hoogste de helft van het aantal bestuurders mag met een andere bestuurder een familieband hebben. Onder familieband wordt verstaan bloed- of aanverwantschap tot en met de vierde graad en de hoedanigheid van echtgenoot, geregistreerd partner of andere levensgezel.
4. Bestuurders worden benoemd voor onbepaalde tijd.
5. Alle bestuurders kunnen een vergoeding krijgen van de kosten die zij redelijkerwijs hebben gemaakt in de uitoefening van hun functie. De bestuurders ontvangen geen beloning voor hun werkzaamheden.
6. Een bestuurder kan worden geschorst door het bestuur. Na een schorsing roept het bestuur een nieuwe vergadering bijeen, die wordt gehouden binnen vier weken na de schorsing. In die vergadering wordt besloten of de schorsing wordt opgeheven, de schorsing wordt verlengd of de betreffende bestuurder wordt ontslagen. Een schorsing kan in totaal nooit langer dan drie maanden duren. De schorsing vervalt als geen besluit tot verlenging wordt genomen binnen de hiervoor vermelde termijn van vier weken of als na verloop van drie maanden geen besluit tot ontslag van de betreffende bestuurder is genomen.
7. Een bestuurder verliest zijn functie:
a. door zijn overlijden;
b. door zijn faillissement, door op hem van toepassing verklaren van de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen of doordat hij surseance van betaling verkrijgt;
c. door zijn ondercuratelestelling of de onderbewindstelling van zijn gehele vermogen;
d. door zijn vrijwillig aftreden;
e. door zijn ontslag gegeven door het bestuur;
g. door zijn ontslag door de rechtbank.
8. Bij belet of ontstentenis van een of meer bestuurders zijn de overige bestuurders, of is de enige overgebleven bestuurder, tijdelijk met het bestuur belast. Bij belet of ontstentenis van alle bestuurders is een door het bestuur daartoe voor onbepaalde tijd aan te wijzen persoon tijdelijk met het bestuur belast.
Artikel 4 - Bestuur: bijeenroeping, vergaderingen, besluitvorming
1. Iedere bestuurder is bevoegd een vergadering van het bestuur bijeen te roepen.
2. De bijeenroeping van de vergadering van het bestuur vindt schriftelijk plaats. Bij deze bijeenroeping wordt opgegeven op welke dag de vergadering plaatsvindt, wat het aanvangstijdstip van de vergadering is en welke onderwerpen worden behandeld (agenda). De bijeenroeping vindt plaats met inachtneming van een termijn van ten minste zeven dagen, de dag van bijeenroeping en die van de vergadering niet meegerekend. De bestuurder die voor dit doel een adres aan de stichting bekend heeft gemaakt, kan tot de vergaderingen van het bestuur worden opgeroepen door een langs elektronische weg aan dat adres toegezonden leesbaar en reproduceerbaar bericht.
3. De vergaderingen van het bestuur worden gehouden op de plaats te bepalen door degene die de vergadering bijeenroept.
4. Als wordt gehandeld in strijd met enige bepaling van de twee vorige leden kan het bestuur niettemin rechtsgeldige besluiten nemen als alle bestuurders in de vergadering aanwezig of vertegenwoordigd zijn.
5. Een bestuurder kan aan een andere bestuurder schriftelijk volmacht verlenen om zich in de vergadering te laten vertegenwoordigen. Een elektronisch vastgelegde volmacht geldt als een schriftelijke volmacht. Een bestuurder kan niet meer dan één medebestuurder in de vergadering vertegenwoordigen.
6. In de vergaderingen van het bestuur heeft iedere bestuurder één stem. Voor zover in deze statuten geen grotere meerderheid is voorgeschreven, worden de besluiten door het bestuur genomen met volstrekte meerderheid van de uitgebrachte stemmen in een vergadering waarin ten minste de helft van de bestuursleden aanwezig of vertegenwoordigd is. Bij staking van stemmen over zaken is het voorstel verworpen.
7. Een bestuurder neemt niet deel aan de beraadslaging en besluitvorming als hij daarbij een direct of indirect persoonlijk belang heeft dat tegenstrijdig is met het belang van de stichting en de met haar verbonden onderneming of organisatie. Als hierdoor geen bestuursbesluit kan worden genomen, dan is de betreffende bestuurder toch bevoegd om deel te nemen aan beraadslagingen en de besluitvorming en is het bestuur bevoegd het besluit op deze wijze te nemen. Het bestuur legt dan schriftelijk vast welke overwegingen aan het besluit ten grondslag liggen.
Artikel 5 - Bestuur: leiding van de vergaderingen, notulen, besluitvorming buiten vergadering
1. De voorzitter leidt de vergaderingen van het bestuur. Bij zijn afwezigheid voorziet de vergadering zelf in haar leiding.
2. De voorzitter van de vergadering bepaalt de wijze waarop de stemmingen in de vergaderingen worden gehouden.
3. Het in de vergadering uitgesproken oordeel van de voorzitter van de vergadering over de uitslag van een stemming is beslissend. Hetzelfde geldt voor de inhoud van een genomen besluit, voor zover werd gestemd over een niet schriftelijk vastgelegd voorstel. Wordt onmiddellijk na het uitspreken van het oordeel van de voorzitter de juistheid daarvan betwist, dan vindt een nieuwe stemming plaats, als de meerderheid van de vergadering of, als de oorspronkelijke stemming niet hoofdelijk of schriftelijk plaatsvond, een stemgerechtigde aanwezige dit verlangt. Door deze nieuwe stemming vervallen de rechtsgevolgen van de oorspronkelijke stemming.
4. Van het verhandelde in de vergaderingen van het bestuur worden notulen gehouden door de daartoe door de voorzitter van de vergadering aangewezen persoon. De notulen worden nadat zij zijn vastgesteld door de voorzitter en de notulist van de vergadering ondertekend.
5. Het bestuur kan ook op andere wijze dan in een vergadering besluiten nemen, als alle bestuurders schriftelijk hun stem uitbrengen. Een besluit is dan genomen als alle bestuurders zich vóór het voorstel hebben verklaard. Als in deze statuten staat dat een besluit in een vergadering genomen wordt, ongeacht of hiervoor een bepaald aanwezigheidsquorum of bepaalde meerderheid is voorgeschreven, kan het besluit ook buiten vergadering genomen worden. Ook dan geldt dat het besluit alleen genomen is als alle bestuurders zich schriftelijk vóór het voorstel hebben verklaard. Onder een schriftelijke verklaring wordt mede begrepen een langs elektronische weg toegezonden leesbaar en reproduceerbaar bericht, aan het adres dat het bestuur voor dit doel heeft vastgesteld en aan alle bestuurders.
Artikel 6 - Bestuur: taken en bevoegdheden
1. Het bestuur is belast met het besturen van de stichting. Iedere bestuurder is tegenover de stichting verplicht tot een behoorlijke vervulling van de hem opgedragen taak. Het bestuur is verplicht van de vermogenstoestand van de stichting en van alles met betrekking tot de werkzaamheden van de stichting, naar de eisen die voortvloeien uit deze werkzaamheden, op zodanige wijze een administratie te voeren en de daartoe behorende boeken, bescheiden en andere gegevensdragers op zodanige wijze te bewaren, dat op ieder moment de rechten en verplichtingen van de stichting kunnen worden gekend. Het bestuur is verplicht de bedoelde boeken, bescheiden en andere gegevensdragers gedurende zeven jaren te bewaren.
2. Het bestuur is bevoegd te besluiten tot het aangaan van overeenkomsten tot verkrijging, vervreemding of bezwaring van registergoederen en tot het aangaan van overeenkomsten, waarbij de stichting zich als borg of hoofdelijk schuldenaar verbindt, zich voor een derde sterk maakt of zich tot zekerheidstelling voor een schuld van een derde verbindt.
3. Erfstellingen mogen alleen onder het voorrecht van boedelbeschrijving worden aanvaard.
Artikel 7 - Bestuur: vertegenwoordiging
1. Tot vertegenwoordiging van de stichting zijn bevoegd:
- het gehele bestuur samen;
- twee gezamenlijk handelende bestuurders. Een individuele bestuurder kan de stichting niet vertegenwoordigen, tenzij het bestuur uit één bestuurder bestaat.
2. Het bestuur kan besluiten tot het verlenen van incidentele dan wel doorlopende volmacht aan een of meer bestuurders en/of aan anderen, zowel samen als afzonderlijk, om de stichting binnen de grenzen van die volmacht te vertegenwoordigen.
Artikel 7a – Deelnemers
1. Deelnemers zijn zij, die zich als deelnemer bij de stichting hebben aangemeld en door het bestuur als zodanig zijn toegelaten.
2. Deelnemers kunnen zijn meerderjarige natuurlijke personen en rechtspersonen die inhoudelijke of zakelijke belangen hebben bij de stichting Ook samenwerkingsverbanden zonder rechtspersoonlijkheid (maatschappen, vennootschappen onder firma, commanditaire vennootschappen) kunnen deelnemer zijn. Het deelnemerschap van een dergelijk samenwerkingsverband betekent het deelnemerschap van de gezamenlijke vennoten. Het samenwerkingsverband wordt daarbij beschouwd als één deelnemer. De rechten van het samenwerkingsverband als deelnemer kunnen alleen worden uitgeoefend door een vennoot die bestuursbevoegdheid heeft. De vennoten van het samenwerkingsverband wijzen een van hen aan als de vennoot die namens het samenwerkingsverband de rechten als deelnemer zal uitoefenen.
Een deelnemer moet verder voldoen aan de volgende eisen:
- de deelnemer moet bekwaam zijn overeenkomsten te sluiten;
- de deelnemer moet een deelnemersovereenkomst met de stichting hebben gesloten.
Als en zolang een deelnemer niet voldoet aan het bepaalde in dit lid, kan hij de rechten die aan zijn deelnemerschap verbonden zijn niet uitoefenen.
3. Telkens als het bestuur dit wenselijk acht, maar ten minste één keer per jaar, wordt een vergadering bijeengeroepen waarvoor alle deelnemers worden uitgenodigd. Deze vergadering wordt aangeduid als de vergadering van deelnemers. Een vergadering van deelnemers wordt bijeengeroepen door het bestuur.
4. Behalve de deelnemers hebben ook alle bestuurders toegang tot de vergadering van deelnemers. Zij mogen in die vergadering het woord voeren. Over toelating van anderen dan de hiervoor bedoelde personen beslist het bestuur.
5. De vergaderingen worden geleid door de voorzitter van het bestuur. Wordt op deze wijze niet in het voorzitterschap van de vergadering voorzien, dan voorziet de vergadering daarin zelf. De vergadering wijst een secretaris aan die de notulen houdt.
6. Iedere deelnemer heeft één stem. Besluiten van de vergadering van deelnemers worden genomen met volstrekte meerderheid van de stemmen.
7. Het deelnemerschap eindigt door:
- het einde van de deelnemersovereenkomst;
- het overlijden van een deelnemer;
is een rechtspersoon deelnemer dan eindigt zijn deelnemerschap wanneer hij ophoudt te bestaan, ook als dit ophouden te bestaan het gevolg is van fusie of splitsing; Door het toe- en uittreden van vennoten eindigt het deelnemerschap van het samenwerkingsverband niet, maar bij uittreding participeert een vennoot niet langer in het deelnemerschap, terwijl toetreding met zich brengt dat een vennoot deel krijgt in het deelnemerschap.
Artikel 8 - Boekjaar; verslaggeving
1. Het boekjaar loopt gelijk aan het kalenderjaar.
2. Het bestuur is verplicht jaarlijks binnen zes maanden na afloop van het boekjaar de balans en de staat van baten en lasten van de stichting op te maken en op papier te stellen. De penningmeester zendt deze stukken vóór het einde van de in de voorgaande zin bedoelde termijn aan alle bestuurders. Het bestuur maakt een jaarrekening en een bestuursverslag op als bedoeld in artikel 2:300 Burgerlijk Wetboek als dat op grond van de wet verplicht is. In dat geval legt het bestuur een exemplaar daarvan voor het bestuur ter inzage op het kantoor van de stichting met de op grond van de wet toe te voegen gegevens.
3. Het bestuur kan, voordat tot de vaststelling van de balans en de staat van baten en lasten wordt overgegaan, deze stukken laten onderzoeken door een door hem aan te wijzen accountant als bedoeld in artikel 2:393 lid 1 Burgerlijk Wetboek. Deze accountant brengt over zijn onderzoek verslag uit aan het bestuur. Hij geeft de uitslag van zijn onderzoek weer in een verklaring over de getrouwheid van de stukken.
4. De balans en de staat van baten en lasten van de stichting of de jaarrekening wordt vastgesteld door het bestuur binnen een maand na het opmaken van de stukken als bedoeld in lid 2. De vastgestelde stukken worden ondertekend door alle bestuurders. Als een handtekening van een van hen ontbreekt wordt de reden daarvan op de stukken vermeld.
5. De in lid 2 vermelde termijn kan door het bestuur worden verlengd met ten hoogste vier maanden op grond van bijzondere omstandigheden.
Artikel 9 - Reglementen
1. Het bestuur kan een of meer reglementen vaststellen. In een reglement worden regels of nadere regels opgenomen, die het bestuur nodig acht voor de uitvoering van zijn taak. Een reglement mag nooit in strijd zijn met de statuten of de wet. Het bestuur kan elk door hem gemaakt reglement wijzigen en ook intrekken.
2. Een reglement wordt schriftelijk vastgelegd met vermelding van de dag waarop het van kracht wordt. Deze datum kan niet zijn gelegen vóór de datum waarop het besluit werd genomen.
Artikel 10 - Statutenwijziging
1. Het bestuur is bevoegd de statuten te wijzigen.
2. Het besluit tot statutenwijziging kan slechts worden genomen met een meerderheid van ten minste twee derde van de uitgebrachte stemmen in een vergadering waarin alle bestuurders aanwezig of vertegenwoordigd zijn.
Is in de vergadering waarin een besluit tot statutenwijziging aan de orde is het vereiste aantal bestuurders niet aanwezig of vertegenwoordigd, dan kan na die vergadering een nieuwe vergadering worden bijeengeroepen, te houden niet eerder dan drie en niet later dan zes weken na de eerste vergadering. In de nieuwe vergadering kan het besluit tot statutenwijziging worden genomen met een meerderheid van ten minste twee derde van de uitgebrachte stemmen, ongeacht het aantal aanwezige of vertegenwoordigde bestuurders.
3. Als een voorstel tot wijziging van de statuten wordt gedaan, moet dat bij de oproeping tot de betreffende vergadering, worden vermeld. De woordelijke tekst van de voorgestelde wijziging moet bij die oproeping worden gevoegd. De termijn van de oproeping bedraagt in dit geval ten minste twee weken.
4. Een statutenwijziging treedt in werking op het door het bestuur bepaalde tijdstip, maar niet eerder dan nadat daarvan een notariële akte is opgemaakt. Iedere bestuurder is bevoegd deze akte te laten verlijden. Het bestuur kan een of meer bestuurders en/of anderen, zowel gezamenlijk als afzonderlijk, machtigen de akte van statutenwijziging te laten verlijden.
Artikel 11 - Fusie; splitsing; omzetting
Op een besluit van het bestuur tot fusie of splitsing in de zin van titel 7 van Boek 2 Burgerlijk Wetboek en op een besluit van het bestuur tot omzetting van de stichting in een andere rechtsvorm overeenkomstig artikel 2:18 Burgerlijk Wetboek, is het bepaalde in de leden 1, 2 en 3 van het vorige artikel zoveel mogelijk van overeenkomstige toepassing, onverminderd de eisen van de wet.
Artikel 12 - Ontbinding en vereffening
1. Het bestuur is bevoegd de stichting te ontbinden. Op het besluit tot ontbinding is het bepaalde in artikel 10, leden 2 en 3 zo veel mogelijk van overeenkomstige toepassing.
2. Het bestuur stelt bij zijn besluit tot ontbinding de bestemming vast van een eventueel batig saldo. Het batig saldo wordt besteed ten behoeve van een algemeen nut beogende instelling met een soortgelijke doelstelling.
3. Het bestuur is belast met de vereffening van het vermogen van de stichting, voor zover bij het ontbindingsbesluit geen andere vereffenaar(s) is (zijn) aangewezen.
Artikel 13 – Eerste boekjaar
Voor het eerste boekjaar geldt dat dit loopt tot en met eenendertig december tweeduizend zesentwintig.